19E EEUW (1800-1900)

19E EEUW

1800 – 1900

EERSTE INZET TEGEN ZEEROVERS Nadat tijdens de Franse overheersing het merendeel van de scheepssoldaten werd ingelijfd bij de gewone landmacht, werd in 1814 weer een “bataljon mariniers” opgericht. In 1816 werden zij voor de tweede maal, in nauwe samenwerking met de Engelsen, aan boord van de vloot ingezet bij het bombardement van Algiers. De internationale koopvaardijvaart had namelijk veel te lijden van de Algerijnse zeerovers op de koopvaardijroutes. Er werd door de Algerijnen hevig verweer gepleegd en vier Nederlandse mariniers zijn tijdens deze zware gevechten onderscheiden met de Militaire Willemsorde voor hun inzet.

NAAR DE OOST Op 2 december 1817 werd de naam Korps Mariniers officieel ingevoerd en kreeg Rotterdam voor het eerst een garnizoen van mariniers in haar midden. Hoewel gedurende de Belgische opstand marinier deelnamen aan operaties langs de Schelde-oevers lag het belangrijkste operatieterrein gedurende de 19e eeuw in Nederlands-Indië. Mariniers waren betrokken bij maar liefst 30 grotere of kleinere oorlogen om het uitgestrekte koloniale gebied te pacificeren.


Gedurende de Belgische opstand namen de mariniers deel aan operaties langs de Schelde-oevers en in Zeeuws-Vlaanderen, maar het belangrijkste operatieterrein gedurende de 19e en het begin van de 20e eeuw lag in Nederlands-Indië, waar zij tot taak kregen dit uitgestrekte gebied mede te pacificeren en onder gezag van het koloniale bestuur te brengen. Tijdens de Franse overheersing hadden de Engelsen de Nederlandse koloniën daar overgenomen. Toen de Britse troepen en bestuurders echter wegtrokken en de Nederlanders kwamen, bleek de lokale bevolking het daar allerminst mee eens te zijn.

De Nederlandse eenheden moesten dan ook direct optreden tegen opstandige stammen op met name Sumatra. Nederland voerde maar liefst 30 grotere of kleinere oorlogen in de Archipel tussen 1815 en 1940. Bij vrijwel al die oorlogen waren mariniers betrokken. Dat waren echter in de regel kleine contingenten, nooit meer dan een of enkele compagnieën en meestal slechts een of enkele scheepscontingenten. Slechts één uitzondering was er op die beperkte inzet: de oorlog in Atjeh.


PIRATERIJBESTRIJDING IN DE STRAAT VAN MALAKKA Nederland had als taak zorg te dragen voor de veiligheid in het water van Sumatra en daarbij de onafhankelijkheid van het rijk van Atjeh te eerbiedigen. Atjeh hield zich echter niet aan de gemaakte afspraken en Atjeeërs voerden piraterij uit in de Straat van Malakka. Dit was de reden dat Nederland op 26 maart 1873 de oorlog verklaarde aan de Sultan van dit rijk. Een periode waarin een gedeelte van het Korps werd toegevoegd aan de landmacht (KNIL). De landingseenheid bestond uit een compagnie mariniers en overig zeevarend personeel. De mariniers stonden onder bevel van de kapitein van Braam Houckgeest. Hoewel men voet aan de grond kreeg kostte de strijd en allerlei ziektes veel Nederlandse levens en zou het nog 30 jaar duren voordat de strijd echt gestreden was.