RUSTIG BEGIN 20E EEUW (1900-1940)

RUSTIG BEGIN 20E EEUW

1900 – 1940

EEN RUSTIG BEGIN VAN DE TWINTIGSTE EEUW
In de periode na 1908 leken de taken voor de mariniers te verminderen, en niet alleen wegens de bezuinigingen op defensie, die na de Eerste Wereldoorlog onverminderd hoog op de politieke agenda bleven staan. In Nederlands-Indié« was het na 1904 relatief rustig geworden. Er waren nog wel enkele lokale “brandjes”, maar die konden door het KNIL en politie eenheden worden geblust.
Gedurende de periode 1900-1940 werden de mariniers veelal ingezet bij de behartiging van de Nederlandse belangen overzee. Zo werd na de boxer-opstand in China een detachement naar Peking gezonden, ter bescherming van de Nederlandse legatie. Wegens bezuinigingen werd deze legatiewacht in 1923 opgeheven.

TERUG IN DE WEST: BEVRIJDING VAN WATERFORT
De permanente aanwezigheid in de West van enkele marine eenheden werd begin twintigste eeuw opgeheven, waarmee ook het aantal mariniers aanmerkelijk afnam. Dat veranderde echter weer in 1929.

WAARDERING VOOR DE VELE VERDIENSTEN VOOR HET LAND
Een waar hoogtepunt in de geschiedenis van het Korps Mariniers vormde de uitreiking van het vaandel door Koningin Wilhelmina. Op 16 september 1929 stonden bijna alle in Nederland aanwezige mariniers aangetreden op het Haagse Malieveld, waar de korpschef, kolonel Oele, uit handen van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina het vaandel in ontvangst mocht nemen. De belangrijke wapenfeiten van het Korps werden in het vaandel vermeld. Deze uitreiking was de erkenning van de jarenlange trouwe plichtsbetrachting van het Korps aan Koningin en vaderland.

GEDISCIPLINEERDE INZET IN HET SAARLAND
In 1930 bestond het Korps Mariniers nog uit slechts zo’n 1100 man. Een kolonel (de Korpschef), twee luitenant-kolonels, zeven kapiteins, dertien luitenants en 1100 minderen. Tijdens de volksstemming in het Saargebied in 1934 – een voortvloeisel van de oprichting van de Volkerenbond – vormden mariniers een onderdeel van een internationale troepenmacht, die moest toezien op een ongestoord verloop van de verkiezingen. Zij bleven tot het Saarland op 13 januari 1935 weer onder Duits bestuur kwam. De gedisciplineerde inzet van de mariniers was aanleiding voor internationale én nationale erkenning.